Tour & Review

Tournee Tubular Tribute 2019:

12 september // P3 Purmerend

13 september // Q-Factory Amsterdam

14 september // Boerderij Zoetermeer

15 september // De Pul Uden

 

Lees hier de recensie van de overweldigende concerten van Tubular Tribute september 2019 in Nederland door Alex Driessen.

17 september 2019 door Alex Driessen
In 1979 was ik voor de eerste (en laatste) keer getuige van een concert van de legendarische Mike Oldfield. Samen met een koor, een orkest en een uitgebreid rock-ensemble bezocht hij mijn geboortestad Den Haag om er in het Congresgebouw op te treden in het kader van zijn zojuist verschenen dubbelalbum “Incantations”. Ik was zwaar onder de indruk. Fast forward veertig jaar. Ik ben getuige van het optreden van een Spaanse Mike Oldfield tribute band in de Boerderij in Zoetermeer en ik ben wederom zwaar onder de indruk. In dit geval gaat het om het uit de Noord-Spaanse provincie Asturië afkomstige Tubular Tribute. De zes muzikanten, vijf man en een dame, zien kans de originele muziek van Oldfield op een enthousiaste en intense manier live op het podium te brengen en de iconische thema’s te reproduceren die de maestro zelf tijdens zijn lange carrière en verschillende tournees over de hele wereld heeft gespeeld. Er zijn niet zoveel bands die zich wagen aan de lange, complexe instrumentale songstructuren, alleen daarvoor al hulde. De band doet Nederland aan voor een kleine tour die ze langs een viertal zalen zou brengen waaronder Purmerend, Amsterdam, Zoetermeer en Uden. Dat ze kunnen spelen bleek al uit de video’s op YouTube en de razend enthousiaste reacties van fans door heel Europa heen. Maar live op het podium van De Boerderij overtreffen ze de verwachtingen ruimschoots. Tubular Bells is het voor de hand liggende openingsnummer met verrassende trompet en vrouwelijke zang, het glockenspiel komt uit de batterij toetsen. Heerlijke unisono gitaarpartijen en vooral veel wisselingen tussen de instrumenten, iets om goed je hoofd bij te houden. Bijna twintig minuten duurt dit iconische nummer met veel eigen interpretatie. Interessant is nog dat de originele Mike Oldfield producer, Tom Newman, verantwoordelijk is voor de legendarische introductie (op tape) van de instrumenten. Een staande ovatie is de dik verdiende dank van het aanwezige kennerspubliek.

Hoofdpersoon/gitarist Ruben Álvarez heeft nog een paar Nederlandse woordjes ingestudeerd ter verwelkoming. Zo’n 300 man/vrouw heeft op deze late nazomeravond in september de weg naar de Zoetermeerse rocktempel kunnen vinden. En ze komen niet voor niets, zal snel blijken. To France is het uiterst herkenbare en hitgevoelige nummer uit 1984, de zang van Ariane Valdivié is meer dan redelijk te noemen, het niveau van Maggie Reilly wordt niet gehaald maar dat is geen schande. De eerste verrassing is de aanwezigheid van voormalig Mike Oldfield zanger Barry Palmer. Good old Barry (61), verantwoordelijk voor de zang op Oldfield’s “Discovery” uit 1984, speelt een vocale hoofdrol in Poison Arrows, heerlijk rockend als altijd.

Mount Teide wordt door Álvarez, die het grootste deel van de introducties verzorgt, als een ‘moeilijk stuk’ gekwalificeerd. Maar het melodieuze nummer, dat de hoogste Spaanse berg op Tenerife als onderwerp heeft, mag natuurlijk niet ontbreken in een show van een Spaanse band, hoewel het zeker geen voor de hand liggende keuze is. Sheba van “QE2” uit 1980 is de favoriet van toetsenist Richard García. Zijn vocoder en de solozang van Valdivié zorgen voor een briljante uitvoering. Ommadawn is niet alleen mijn persoonlijke favoriet maar ook die van Álvarez, getuige zijn intro over het ‘mooiste album’ van Oldfield. Het schitterende akoestisch beginstuk bezorgt me kippenvel, het nummer is de ultieme showcase voor de virtuoze gitarist, zijn vingervlugheid brengt de fans halverwege het nummer in extase na een duizelingwekkende solo. De fluiten en de koortjes komen uit een doosje, in dit geval de toetsen van García. Het voorlopige hoogtepunt van de show beslaat ongeveer 20 minuten.

Voorman Álvarez klaagt over de moeilijkheidsgraad van het selecteren van ruim twee uur grandioze muziek uit het omvangrijke oeuvre van de maestro. De suggestie uit het publiek om in dat geval vier uur te spelen wordt met hilariteit en instemming ontvangen. Voor In High Places, oorspronkelijk gezongen door Jon Anderson, wordt Palmer weer van stal gehaald. Hij heeft zichtbaar moeite met de hoge noten van de ex-Yes zanger en wordt regelmatig overklast door zangeres Valdivié die mij steeds beter bevalt naarmate de show vordert. Het volgende nummer, Crime Of Passion, is alleen als single uitgebracht. ‘Could we get much higher’ zingt Palmer. Helaas niet als het om de noten gaat, zou mijn antwoord zijn. Palmer steekt nogmaals de loftrompet over de band, en terecht. Mike Oldfield heeft een ongebruikelijke speelstijl als gitarist en deze wordt door bandleider Rubén Álvarez volledig beheerst. Op onnavolgbare wijze speelt hij in de zogenaamde ‘finger picking’ stijl met zijn vingernagels. Door de snaren op te duwen creëert hij vibrato waardoor het onmiskenbare gitaargeluid van Oldfield nog meer geaccentueerd wordt. En dat allemaal terwijl hij razendsnel switcht tussen een vijftal gitaren, akoestisch, elektrisch en mandoline. Daarnaast is de manier waarop hij opgaat in zijn spel een spektakel op zich: grimassen trekkend, zijn hoofd ritmisch meebewegend, volledig geabsorbeerd door de muziek, met die grappige kop die het midden houdt tussen Keith Moon van The Who en Animal van de Muppets.

De band speelt solide en is nauwelijks op een fout te betrappen. Toetsenist Richard García is de muzikale rots in de branding, een beetje wat Roger King voor Steve Hackett is. Hij tovert een arsenaal aan geluiden uit zijn deels retro instrumentarium en verzorgt daarnaast nog achtergrond zang en vocoder. Tweede gitarist Ángel Secades blijft zowel letterlijk als figuurlijk in de schaduw van Alvarez. Dat wil niet zeggen dat hij qua techniek onderdoet voor zijn frontman. Vooral de momenten dat hij sologitaar speelt (Tubular Bells, Ommadawn) verraden zijn klasse. De ritmesectie, drummer Luis Senén Fernández en bassist Kike García, doet precies wat zij moet doen: een solide basis leggen voor de drukke en heftige muzikaliteit om hen heen. Met extra vermelding voor de bassist die de lastige en repetitieve basloopjes tijdens magnum opus Tubular Bells zonder problemen reproduceert. Oldfield zelf zei ooit dat zijn handen super vermoeid raakten van deze complexe baspartijen. Hoewel ik mij in alle eerlijkheid afvraag wat de toegevoegde waarde van de trompet is, ben ik wel gaandeweg meer onder indruk geraakt van eerder genoemde Ariane Valdivié als zangeres. Het zijn grote voetstappen om te vullen, die van Maggie Reilly met name, maar ze doet het prima, haar stem is helder en het bereik is ruim voldoende om de iconische zangpartijen tot een goed einde te brengen.

Punkadiddle is Mike Oldfield’s versie van een punksong, hier gespeeld als een energiek duet tussen toetsen en gitaar, onder luid applaus van het enthousiaste publiek. Daarnaast is Return To Ommadawn een even verrassende als gedurfde keuze, het betreft hier het laatste album van Oldfield uit 2017, nog nooit live uitgevoerd. De tien minuten selectie die de band speelt wordt met groot applaus ontvangen. De herkenbare tonen van Trick Of The Light heeft Barry P weer als vocalist in deze relatief simpele rocker met een almaar groter wordende rol voor zangeres Valdivié. Ze is deze avond getooid in een spannend rood T shirt waarop met de hand ‘Holland’ is geschreven. De aankondiging voor Platinum wordt gedaan zoals Oldfield het ooit deed op zijn Montreux video (uitgesproken als ‘Montreeuuks’ op zijn Spaans). Het kenmerkende pivoterende gitaarspel op dit punky en heavy nummer met vrouwelijke scat vocal plus een geweldig duet tussen zangeres en gitarist maakt dit nummer top. Het valt in de categorie ‘noisy but effective’. Van “Amarok” uit 1990 heeft Tubular Tribute gekozen voor een gedeelte van akoestische free format jazz in de stijl van Al DiMeola, knap gedaan. Moonlight Shadow, de grote hit uit 1984, wordt door Álvarez op zijn rode Fender gespeeld. Het nummer wordt helaas enigszins rommelig gespeeld, zeg maar gerust afgeraffeld. Peace van “Tubular Bells 2003” kent een valse start, de gitaar van Álvarez is overduidelijk ontstemd. En je kunt natuurlijk niet de muziek van Oldfield vertolken als je ‘out of tune’ speelt, dus een nieuwe start is onoverkomelijk. Naast de gitaar is er een hoofdrol voor toetsenist Richard García die een puike orgelsolo aflevert. Het volume gaat omhoog voor deze ‘party piece’. Nadat de band even kort het podium verlaten heeft volgt de onvermijdelijke toegift Shadow On The Wall. Dit is een héél andere Shadow dan de Moonlight versie, veel donkerder en zwaarder. Palmer zingt het oorspronkelijk door Roger Chapman gezongen nummer, afgewisseld door bassist Kike García, het feestje is compleet. Na zo’n twee uur en een kwartier is de koek op, de zeven man sterke Spaanse formatie neemt dankbaar het ovationele applaus van de aanwezigen in ontvangst.

Ik heb op deze plaats wel eens mijn bedenkingen geuit ten opzichte van het fenomeen tribute band. Maar zoals deze heren en dame van Tubular Tribute hun taak uitvoeren, met respect en toewijding, is er daadwerkelijk sprake van een toegevoegde waarde. En laten we eerlijk zijn: de kans dat we het origineel ooit nog in levende lijve op een podium zullen aantreffen is uiterst klein, zeg maar nihil. Op deze manier kunnen we nog lange tijd genieten van de fantastische muziek die Mike Oldfield ons door de jaren heen heeft geschonken. Waarvan akte.
Tekst: Alex Driessen

 

nl_NLDutch
en_GBEnglish nl_NLDutch